‹ vorig bericht   bericht -1 van 139   volgend bericht ›

23 maart 2015

Reactie op NRC-artikel Geldnood op school, langer lesgeven voor zelfde loon

Op 23 maart is het artikel Geldnood op school - langer lesgeven voor zelfde loon in NRC Handelsblad verschenen. Uiteraard heeft BOOR voor publicatie gereageerd op feitelijke onjuistheden. Deze zijn niet meegenomen in het uiteindelijke artikel. Dit is dan ook de reden dat wij u informeren over de werkelijke situatie bij BOOR. 

Financiële positie BOOR versterkt
BOOR kent een financieel roerig verleden. Tot enkele jaren geleden was er geen zicht op onze financiële positie en werden grote verliezen geleden, omdat we domweg meer uitgaven dan we binnen kregen. Hierin is de afgelopen jaren een duidelijke kentering gekomen. De begroting is onderbouwd en realistisch, scholen hebben tussentijds zicht op de stand van de budgetten en ook op financieel gebied geldt: afspraak is afspraak! Dit heeft tot gevolg dat de financiële positie steeds beter wordt, dat onze liquiditeitspositie langzaam verbetert en dat de begroting niet langer wordt overschreden. Binnenkort worden de jaarcijfers over 2014 gepresenteerd en het is duidelijk dat BOOR weer zwarte cijfers schrijft. De onlangs verschenen berichten in de media over onze financiële positie kloppen dus niet.

Eind vorig jaar hebben we de begroting voor 2015 opgesteld. Deze begroting sluit met een voordelig resultaat. Dat is noodzakelijk, om de financiële positie verder te versterken. Bij het opstellen van de begroting hebben de schooldirecteuren en rectoren kritisch gekeken naar hun inkomsten en uitgaven. Er zijn goede prognoses opgesteld van de ontwikkeling van het aantal leerlingen, van de benodigde personele inzet en van de overige kosten die de scholen moeten maken, zoals de kosten voor leermiddelen, energie, computers, enzovoort. Het is ook duidelijk geworden dat de rectoren van scholen in het voortgezet onderwijs bij de start van het nieuwe schooljaar, nog maatregelen moeten nemen om de begroting daadwerkelijk te kunnen halen.

In het voortgezet onderwijs is landelijk de afgelopen jaren sprake geweest van stille bezuinigingen. Kosten zijn gestegen, terwijl inkomsten van het rijk niet in dezelfde mate zijn toegenomen. Andere scholen in het land hebben daarom enkele jaren geleden al diverse bezuinigingsrondes gehad. BOOR is daar feitelijk nu pas goed mee gestart. Vorig jaar heeft de landelijke overheid al een verhoging toegepast van de inkomsten, maar dit is bij lange na niet genoeg gebleken. BOOR moet nu dus ook aan de slag en brengt de uitgaven in lijn met de inkomsten.

Daarbij komt dat de vo-scholen van BOOR een goede naam hebben in de stad. Ze zijn populair bij ouders en kinderen en behalen uitstekende onderwijsresultaten. Het gevolg is dat meeste van deze scholen hard groeien. Dat betekent meer klassen en meer docenten na de zomervakantie. Het ministerie van OCW bekostigt die extra leraren echter pas vanaf 1 januari van het volgende jaar. Groeischolen worden geacht deze extra leraren “uit eigen zak” voor te schieten gedurende de eerste vijf maanden van het schooljaar. Elk jaar opnieuw. De groeischolen van BOOR hebben daar dus gelden voor nodig.

Verlaging opslagfactor is een mogelijke maatregel vo-scholen
We ontkomen er niet aan om efficiënte en effectieve keuzes te maken voor de personele inzet op de scholen. We vinden het daarbij belangrijk dat dit niet ten koste gaat van een beperkt deel van het personeel, maar dat we de last over zoveel mogelijk schouders verdelen.

Er is vastgesteld dat de personele kosten van BOOR – in vergelijking met andere scholen voor voortgezet onderwijs – relatief hoog zijn. Dat heeft een aantal oorzaken, waaronder de verdeling van de taken van de docenten. Hoeveel tijd staan ze voor de klas en hoeveel tijd hebben ze om deze lessen voor te bereiden en hoeveel tijd besteden ze aan andere taken voor de school. Met name de tijd om lessen voor te bereiden en af te handelen is bij de scholen van BOOR hoog in vergelijking tot andere scholen en besturen. Dit wordt uitgedrukt in de zogenaamde opslagfactor. Deze factor bedraagt bij BOOR 1,74. Dat betekent dat voor elk uur dat een docent les geeft, hij of zij 0,74 uur aan voorbereidingstijd heeft. Bij andere schoolbesturen ligt deze factor over het algemeen aanzienlijk lager. Deze factor is niet het enige waar de rectoren naar kijken. Op alle scholen wordt onderzocht wat de werkdruk is, wat het effect daar op is als de opslagfactor wordt verlaagd, hoe de werkgelegenheid zich ontwikkelt, of er voldoende middelen zijn om docenten te kunnen (bij)scholen, enzovoort.

Deze aanpassingen in het taakbeleid van de docenten, kunnen alleen worden doorgevoerd als het personeel het daar mee eens is. BOOR heeft daarom de vakbonden gevraagd om op dit punt mee te denken. Er moet ook door de medezeggenschapsraad mee worden ingestemd en 2/3 van het personeel moet de plannen steunen. We ervaren onder onze medewerkers vooral veel begrip voor deze maatregelen, om zo meer ruimte te krijgen in onze begroting. Ruimte om docenten te faciliteren, werkgelegenheid te behouden, klassen niet te laten groeien, het gebouw te onderhouden en investeringen en innovaties te kunnen doen.

Aanvraag aanvullende subsidies vo-scholen
Naast de kritische blik op de kosten, weten rectoren ook de weg te vinden naar specifieke subsidies. Wij moedigen dit aan, omdat het scholen de mogelijkheid biedt om hun onderwijsaanbod te blijven innoveren en aantrekkelijk te blijven voor de leerlingen. Ook kunnen subsidies helpen om een dreigend lerarentekort af te wenden. Zo vraagt BOOR subsidie aan om nieuwe docenten op te leiden, in samenwerking met universiteiten en hogescholen en collega-schoolbesturen. Het ministerie stelt diverse subsidies beschikbaar om dit te faciliteren, bijvoorbeeld een subsidie voor academische opleidingsscholen en in aanvulling daarop subsidies om de samenwerking tussen lerarenopleidingen en scholen verder te ontwikkelen.

In het artikel staat dat vo-scholen driedubbel subsidies aanvragen voor hetzelfde doel en daar eventueel tekorten in de exploitatie mee dichten. Er is hier geen sprake van driedubbel. We maken wel gebruik van meerdere subsidiemogelijkheden die het ministerie ons biedt, daartoe zijn ze in het leven geroepen. Het ministerie controleert of wij deze middelen op de juiste manier inzetten en stimuleert ervaren opleidingsscholen om vanuit meerdere subsidiestromen een stevige basis te leggen voor het opleiden van docenten. Onze leerlingen verdienen immers de beste leraren!

Lees ook onze reactie op de eerdere berichtgeving over de financiële situatie van BOOR in het NRC

Feitelijke onjuistheden
Vooraf hebben wij het artikel in kunnen zien. Er zaten verschillende feitelijke onjuistheden in. Gezien de korte tijd die wij hadden om te reageren op het concept-artikel, hebben wij alleen op hoofdlijnen kunnen reageren en ons beperkt tot onderstaande reactie richting de journalisten. Onze reactie is met uitzondering van het eerste punt helaas niet verwerkt in het artikel:
  • Didier heet Dohmen, niet Dohem. 
  • Er is geen sprake van “uitlekken” of “interne documenten”. Het betreft bezuinigingsplannen die de directie met medezeggenschapsraad en personeel heeft besproken. Dit heeft geleid tot een stemming onder het personeel. Daar waar 2/3e van het personeel het eens is, is de opslagfactor verlaagd. Het gaat om drie van de zes vestigingen waaruit de Wolfert van Borselen scholengroep bestaat.
  • “Bovendien zijn „achterstandsmiddelen” ingezet voor de reguliere bedrijfsvoering, en „subsidies (drie)dubbel aangevraagd en gebruikt voor exploitatie”.” Is feitelijk onjuist, zie toelichting over de subsidies.
  • “BOOR wil dat alle middelbare scholen die onder de koepel vallen (dus niet alleen die van Wolfert van Borselen) de zogenoemde opslagfactor van 1,74 terugbrengen naar 1,5.” Feitelijk onjuist. BOOR wil maatwerk per school. De rectoren bespreken dit op schoolniveau met hun medezeggenschapsraad en personeel. Alleen als de medezeggenschapsraad en 2/3e van het personeel instemt wordt de opslagfactor verlaagd. Tot nu toe gaat het om drie locaties van de scholengroep Wolfert van Borselen.
  • “Volgens financieel bestuurder Dohmen zijn alle onderwijsinstellingen akkoord, op drie scholen van de Wolfert van Borselen na.” Feitelijk onjuist. Er is geen stemming geweest op BOOR-niveau. De discussie wordt namelijk gevoerd op schoolniveau. Zie hierboven.

Vragen?
Voor vragen kunt u contact opnemen met onze perswoordvoerder op 06-50693949.