‹ vorig bericht   bericht 2 van 100   volgend bericht ›

30 juni 2021

Interview: Rotterdam maakt werk van kansengelijkheid

Goud Onderwijs is een ambitieus onderwijsconcept dat de kansenongelijkheid vanaf de basis aanpakt. Nieuwe functies in het team, een sterke gedragscultuur en keuzes in het curriculum zijn de belangrijkste pijlers. En de ambitie? Een hoog uitstroomniveau voor alle leerlingen! Rotterdam stroopt de mouwen op en gaat ervoor. Daarna volgt implementatie op andere plekken in het land.

'De ambities liegen er niet om: alle kinderen naar niveau 2F-1S'

Goud Onderwijs is gebaseerd op het concept Uncommon Schools, dat in de VS inmiddels al zo’n 25 jaar bestaat. Henny de Koning, directeur van de Rotterdamse openbare basisscholen Bloemhof en Pantarijn, was twee jaar geleden voor een studiereis in New York en zag daar met eigen ogen hoe Uncommon Schools werken en hoe effectief ze zijn. Toen de CED-Groep besloot om het concept naar Nederland te halen, wilde hij graag aanhaken. ‘Het is mijn stellige overtuiging dat we ook in een achterstandswijk als Bloemhof kinderen op een hoger niveau kunnen laten uitstromen.’

Nieuwe en andere functies
In Nederland kreeg het concept de naam Goud Onderwijs. Dit schooljaar gingen zes Rotterdamse pilotscholen ermee aan de slag; de komende jaren zal Goud Onderwijs zich als een olievlek verspreiden naar andere gemeenten in het land. Om het concept in deze pilotfase een Rotterdams tintje te geven, is het ongedoopt in Rotterdams Goud. De ambities liegen er niet om: alle leerlingen bereiken het uitstroomniveau 2F-1S. Om deze ambitie te realiseren, krijgen leerkrachten ruimte om te focussen op hun kerntaak: geven van excellent onderwijs. Daarvoor gaat de schoolorganisatie flink op de schop, het gaat echt om anders organiseren. Om te beginnen krijgen de scholen een inhoudelijk leider en een zakelijk leider, iets wat we kennen uit andere sectoren. Bestuurder Renate Voss van BOOR, de stichting voor openbaar onderwijs in Rotterdam, zegt hierover: ‘Schoolleiders in het primair onderwijs moeten eigenlijk alles doen, dat is vrijwel onmogelijk. De aandacht voor onderwijsinhoud strijdt elke keer om voorrang met de aandacht voor allerlei praktische dingen die geregeld moeten worden. Door het scheiden van rollen kan de inhoudelijk directeur zich helemaal richten op het onderwijskundig leiderschap en samen met het team heel goed onderwijs gaan vormgeven. Dat is ongelofelijk belangrijk.’

Daarnaast komt er een nieuwe functie: de leerlingendecaan, die zich uitsluitend bezighoudt met gedrag. ‘De decaan neemt een aantal gedragsmatige taken van de leerkracht over. Dat is waardevol, want daar gaat best veel tijd in zitten. Zeker in een wijk als deze. De decaan kan bijvoorbeeld een-op-een met leerlingen werken en gesprekken voeren met ouders’, aldus De Koning, die inmiddels zelf de rol van zakelijk leider heeft. De rol van IB’er blijft gewoon bestaan.

Gedragscultuur
Het creëren van een positieve gedrags- en leercultuur is de tweede pijler van het concept. Dan hebben we het bijvoorbeeld over hard leren en over het maken van duidelijke afspraken over dagelijkse routines die de effectieve leertijd ten goede komen. De Koning: ‘In korte tijd is er in beide scholen veel meer rust gekomen. Dat begint ’s ochtends al bij binnenkomst. De leerkrachten halen de leerlingen van hun groep buiten op, samen lopen ze in een rij naar binnen. Er is geen geduw en getrek meer in gangen en op de trappen. Bijkomend voordeel: er zijn nauwelijks meer leerlingen die te laat komen. Zodra de leerlingen in het lokaal zijn, starten ze met een begintaak en zitten ze allemaal direct in de leerstand.’ Renata Voss voegt daaraan toe: ‘De beide scholen waarvan Henny directeur is, worden samengevoegd. Hij is aangesteld om dat proces te begeleiden. In die samenvoeging moet een nieuwe cultuur ontstaan. De gedrags- en leercultuur waar Goud Onderwijs voor staat, is daarvoor een mooie basis.

'Meer tijd voor basisvakken op het rooster'

Keuzes in curriculum
De laatste pijler van Goud Onderwijs gaat over keuzes maken in het curriculum. Daarbij ligt de focus op lezen, schrijven, rekenen en burgerschap. Voss: ‘Zeker scholen in uitdagende omstandigheden kunnen niet alles tegelijk. Om kinderen goede kansen te geven in de samenleving, moet de basis echt op orde zijn.’ De Koning legt uit wat dat in de praktijk betekent: ‘Voor de basisvakken roosteren we meer tijd in. Aan andere zaken, bijvoorbeeld creatieve vakken, kunnen we daardoor minder tijd besteden. Gelukkig zijn wij een ‘dagprogrammeringsschool’. Dat betekent dat alle leerlingen bovenop de reguliere onderwijstijd wekelijks tien uur extra leertijd hebben. In samenwerking met externe organisaties worden activiteiten georganiseerd rondom techniek, cultuur, leesmotivatie, rekenen, sport, dans en andere aspecten van een talentontwikkeling.’

Onderzoek Erasmus
Om te zorgen dat leerlingen maximaal profiteren van het Goud Onderwijs-concept en om hen werkelijk gelijke kansen te bieden, zijn de basisscholen Bloemhof en Pantarijn dit jaar gestart met de implementatie in groep 2. Als het aan De Koning ligt, doen vanaf komend schooljaar de groepen 1, 2, 3 en 6 mee. Om de opbrengsten goed te volgen, doet de Erasmus Universiteit drie jaar lang onderzoek. Voss: ‘Als je zo’n nieuw experiment neerzet, is het logisch dat je kijkt of je de goede dingen goed doet. Het verzamelen en analyseren van feiten en cijfers is daarbij heel belangrijk.’

Het onderzoek gaat in de eerste plaats over de opbrengsten bij leerlingen en het uitstroomniveau, dat voor allemaal naar 2F-1S moet. Henny de Koning heeft in New York gezien dat dat ook echt kan. Voss hoopt op een interessante ‘bijvangst’: dat deze scholen aantrekkelijker worden om voor te werken. ‘Beide scholen hebben een schoolweging rond de veertig. Juist dit soort scholen hebben het meeste last van het lerarentekort. Door zo’n interessant, vernieuwend concept neer te zetten, waarbij leerkrachten echt in hun kracht staan, kan het aantrekkelijker worden om hier te werken.’

Bron VOS/ABB: naar school! nummer 28 juli 2021
TEKST: KARIN VAN BREUGEL BEELD: RICK KEUS