bericht 1 van 160   volgend bericht ›

22 november 2022

Nancy was marketingmanager en wordt nu juf in het speciaal onderwijs: Rotterdam zoekt zij-instromers tegen lerarentekort

"Zij-instromer gezocht voor een baan als docent in het speciaal onderwijs." Het is een oproep die je nog niet zo vaak hoort, maar in Rotterdam gaat dat veranderen. Het personeelstekort in deze sector is nog veel groter dan in het regulier onderwijs. De stad gaat op zoek naar zij-instromers: die kunnen via een tweejarige opleiding als leraar aan de slag in het speciaal onderwijs.

Nancy Kleingeld ging de uitdaging aan. Ze werkte jarenlang in de commerciële sector, maar was er klaar mee. Nu wordt ze juf. “Na mijn schooltijd is er wel gezegd door docenten en mijn ouders dat het onderwijs goed voor mij zou zijn, maar ik besloot toch iets anders te gaan doen. Ik werkte als inkoper en later als marketingmanager. Ik heb het altijd met heel veel plezier gedaan, maar toch ging het kriebelen en wilde ik iets anders.”

Het idee om te gaan werken als docent ontstaat als haar oudste zoon naar het speciaal onderwijs gaat. Nancy spreekt veel enthousiaste leerkrachten en ontdekt dat ze het zelf ook wil. Ze besluit op scholen te gaan kijken, maar door corona ligt dat lange tijd stil. Dit voorjaar is het dan zover. Het bevalt haar zo goed, dat ze zich voor de opleiding van zij-instromer aanmeldt. Ze startte afgelopen september en nu werkt ze op een school in Rotterdam-Kralingen.

Lerarentekort
Al lange tijd is er te weinig aanwas van nieuwe docenten in het basisonderwijs. De verwachting is dat het lerarentekort de komende jaren nog verder toeneemt. Dat komt voor een deel omdat oudere docenten met pensioen gaan. Rotterdam heeft al veel maatregelen genomen om het tij te keren, maar het is een taai probleem, erkent wethouder Said Kasmi.

“De afgelopen jaren is er te weinig gedaan om het vak van docent aantrekkelijk te maken. Docenten hebben er steeds meer taken bij gekregen. We proberen daarom de leraren nu zo veel mogelijk te ontlasten door administratieve taken bij ze weg te halen. Ook komt er een zorgteam voor scholen. Het idee is dat de docent zich alleen kan richten op het lesgeven. De zorgmedewerkers kunnen kinderen en de ouders helpen met zaken als armoedebestrijding, onveilige thuissituaties of gedragsproblemen.”

In Nederland zijn de tekorten in het speciaal onderwijs hoger dan in het reguliere basisonderwijs. In oktober 2021 was het tekort in het speciaal onderwijs in Rotterdam zo’n 20 procent, ofwel 78 fte. Bij het reguliere basisonderwijs is het tekort 12 procent. Dat komt neer op 425 fte. Deze cijfers dateren van afgelopen zomer. Een nieuw overzicht verschijnt in december.

Niet iedereen kan hier docent worden
Rotterdam begon jaren geleden met nieuwe docenten aantrekken door campagnes en opleidingstrajecten. Uiteindelijk hebben zich daar 165 mensen voor aangemeld. Nu zijn deze mogelijkheden er dus ook voor het speciaal onderwijs. De afgelopen twee maanden hebben zich dertien kandidaten aangemeld. Komend weekend is er weer een informatiedag. De verwachting is dat dan meer kandidaten zich melden.

Albert Buitenhuis is directeur van de A. Willeboerschool in Rotterdam-Kralingen. Hij is blij met extra aandacht voor het speciaal onderwijs. “Het is niet eenvoudig om hier mensen voor de groep te krijgen. Niet iedere leraar kan zomaar aan de slag op deze scholen. Dat heeft niet alleen te maken met de passie die je voor onze leerlingen nodig hebt, maar het zijn ook de kennis en de vaardigheden die je nodig hebt om onze leerlingen te begeleiden. Onze kinderen hebben veel meer structuur nodig dan leerlingen in het reguliere onderwijs.”

Suehainy Berginia (zelf zij-instromer in de zorg) brengt net haar zoon Bentley van acht jaar naar zijn klas. “Het is belangrijk dat ze vaste docenten hebben. Deze kinderen kunnen minder makkelijk tegen veranderingen. Op het speciaal onderwijs hebben ze een vaste dagindeling. Op vaste tijden hebben ze gym en pauze. Je kan daar moeilijker van afwijken dan bij het reguliere onderwijs, want dan creëer je onrust in de klas.”

Nancy loopt mee in de klas van Bentley. Ze is nog volop bezig met de opleiding en werkt in de klas samen met een docent en een assistent. Op deze school is nu geen lerarentekort. Een tijdje geleden was dat er wel, toen collega’s voor langere tijd ziek waren. De directeur zegt dat alles gedaan is om uitval te voorkomen. Klassen samenvoegen kan niet met deze leerlingen, dat zou te veel prikkels geven. Dus werkten sommige docenten meer dan normaal en zijn anderen tijdelijk gestopt met extra bijles geven, zodat er toch een leraar voor de klas stond.

Moeder Suehainy is blij met de komst van zij-instromer Nancy. Hierdoor is de kans op lesuitval kleiner. ”Mijn zoontje kan slecht tegen veranderingen. Dan gaat hij allerlei vragen stellen en vindt het lastig om dan zijn ritme thuis te vinden. Als de school weer opstart, moet hij ook weer wennen. Dat zijn dan toch allemaal weer prikkels die hij krijgt. Mijn andere zoon op het reguliere onderwijs gaat bij lesuitval gewoon naar een normale opvang of naar opa en oma. Hij kan die prikkels goed verwerken. Dat is het verschil.”

Enorme kans
Vier dagen in de week werkt Nancy in de klas. Eén dag gaat ze naar de PABO voor speciaal onderwijs, die sinds dit jaar is gestart. Het is een drukke periode. Vakanties en weekenden gaan nu voor een groot deel op aan studeren en opdrachten maken. Maar ze zet door. “Ik vind het echt een enorme kans dat je zo van baan kan wisselen. Ik heb het er graag voor over.”
Twee jaar duurt de opleiding en dan is ze echt docent. Voor Nancy ziet het er goed uit. De school is tevreden, dus kan ze hier waarschijnlijk blijven. “Ik ken de doelgroep en vind het fijn om in een team in de klas te werken. Wij hebben intern een pedagoog en logopedist. Dat maakt een groot verschil met het regulier onderwijs. Het geeft voldoening om een kind dat problemen heeft verder te helpen. Het is echt niet altijd makkelijk. Soms zijn het kleine stapjes, soms zijn het grote stappen. Maar dat geeft voldoening. Ik doe het nu iets meer dan een half jaar en fiets elke dag met plezier naar mijn werk.”


Bron: Rijnmond